Variabele: Categorie van leefloongerechtigde

Een verbetering voorstellen

Naam

Categorie van leefloongerechtigde

Afkorting

CAT_ID

Thema

Maatschappelijke integratie

Definitie/omschrijving

Het leefloon wordt vastgesteld op basis van de samenstelling van het gezin van de aanvrager. Het OCMW bepaalt de categorie waartoe de aanvrager behoort aan de hand van een sociaal onderzoek. Dit sociaal onderzoek is op de feitelijke situatie gebaseerd, die kan afwijken van de administratieve situatie.

Zie bijlage1 voor een overzicht van het recht op maatschappelijke integratie.

Bron

DWH_SPPIS_Paiements

Instelling

POD Maatschappelijke Integratie

Geldigheidsperiode

01/10/2002 - 26/02/2004

Meetniveau

Nominaal

Bijzonderheden/opmerkingen

De variabele heeft enkel betrekking op het leefloon.

Internationale compatibiliteit

De samenwoners zonder kinderen kunnen elk afzonderlijk een aanvraag voor een geïndividualiseerd leefloon indienen en krijgen. Het is ook mogelijk dat het leefloon aan slechts één van de samenwoners wordt toegekend.

Code Betekenis Geldigheidsperiode Opmerkingen
7578 Persoon die met één of meerdere personen samenwoont 01/10/2002 - 26/02/2004 De individualisering van het recht op het leefloon is niet absoluut. Bij de berekening van het leefloon houdt het OCMW immers rekening met de inkomsten van de partner met wie de betrokkene een feitelijk gezin vormt.
7579 Alleenstaande 01/10/2002 - 26/02/2004
7580 Alleenstaande persoon die recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming 01/10/2002 - 26/02/2004 Ze krijgen een verhoogd leefloon teneinde aan hun verplichtingen ten opzichte van de kinderen te kunnen voldoen. Deze categorie bestaat uit twee groepen : - de alleenstaande ouders die alimentatiegeld moeten betalen voor hun kinderen,- de ouders die in het kader van een echtscheiding of scheiding van tafel en bed zijn overeengekomen om de kinderlast te delen in het kader van het co-ouderschap, waarbij elk van hen de kinderen gedurende de helft van de tijd bij zich heeft.
7581 Eenoudergezin met kinderlast 01/10/2002 - 26/02/2004 De begunstigde maakt geen deel meer uit van deze categorie zodra hij met een andere persoon dan de kinderen samenwoont.

Het recht op maatschappelijke integratie

Het recht op maatschappelijke integratie (RMI), geregeld door de wet van 26 mei 2002, heeft tot doel personen die niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken zo volwaardig mogelijk te laten deelnemen aan het maatschappelijke en, indien mogelijk, professionele leven.

Het OCMW kan dit recht waarborgen door middel van drie instrumenten, die met elkaar kunnen worden gecombineerd:

  • een tewerkstelling;
  • een leefloon;
  • een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI).

Een aangeboden tewerkstelling is een volwaardige, bezoldigde job waarop de regels van het arbeidsrecht van toepassing zijn. Wanneer een onmiddellijke tewerkstelling niet mogelijk is, kan de betrokkene een leefloon ontvangen, eventueel gekoppeld aan een GPMI.

Om recht te hebben op maatschappelijke integratie moet de betrokkene tegelijkertijd aan zes voorwaarden voldoen:

  1. Werkelijk en legaal in België verblijven. Een inschrijving in het bevolkingsregister is geen algemene voorwaarde.
  2. Meerderjarig zijn, dat wil zeggen minstens 18 jaar oud zijn. Bepaalde minderjarigen worden met meerderjarigen gelijkgesteld, namelijk een minderjarige die door het huwelijk ontvoogd is, een minderjarige met één of meer kinderen ten laste en een minderjarige die zwanger is.
  3. Behoren tot een van de wettelijk bepaalde categorieën: Belgen, bepaalde Unieburgers en hun familieleden, vreemdelingen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven, erkende staatlozen, erkende vluchtelingen en personen met de subsidiaire beschermingsstatus.
  4. Over ontoereikende bestaansmiddelen beschikken en niet in staat zijn die op eigen kracht of op een andere manier te verwerven. Het OCMW onderzoekt de bestaansmiddelen tijdens het sociaal onderzoek.
  5. Werkbereid zijn, tenzij dit om gezondheids- of billijkheidsredenen niet mogelijk is. Deze voorwaarde wordt beoordeeld op basis van de persoonlijke situatie van de betrokkene.
  6. Eerst zijn rechten op andere uitkeringen laten gelden, bijvoorbeeld op werkloosheidsuitkeringen, ziekte- of invaliditeitsuitkeringen, een pensioen of, in bepaalde gevallen, onderhoudsgeld. Het recht op maatschappelijke integratie vormt dus het laatste sociale vangnet.

De keuze tussen een tewerkstelling, een leefloon en een GPMI gebeurt in overleg met de betrokkene en heeft tot doel zijn autonomie en maatschappelijke integratie zoveel mogelijk te bevorderen.

Het GPMI is een schriftelijke overeenkomst tussen de rechthebbende en het OCMW. Het legt doelstellingen en stappen vast die aangepast zijn aan de persoonlijke situatie van de betrokkene. Er bestaan momenteel twee types:

  • het algemeen GPMI, dat doelstellingen kan bevatten op het vlak van maatschappelijke en professionele inschakeling, opleiding, gezondheid, huisvesting, administratieve begeleiding of voorbereiding op een tewerkstelling;
  • het GPMI inzake studies met een voltijds leerplan, bestemd voor jongeren onder de 25 jaar die studies aanvatten, hervatten of voortzetten om hun kansen op professionele inschakeling te vergroten.

Sinds de hervorming die op 1 november 2016 in werking trad, zijn de vroegere afzonderlijke opleidings- en tewerkstellingsprojecten opgenomen in het algemeen GPMI.

Het GPMI is onder meer verplicht voor personen die gedurende de drie voorafgaande maanden geen recht op maatschappelijke integratie hebben genoten. Deze verplichting geldt ook voor personen van 25 jaar of ouder. Het GPMI is eveneens verplicht voor jongeren onder de 25 jaar die studies met een voltijds leerplan volgen of een inschakelingstraject doorlopen dat op termijn tot een arbeidsovereenkomst moet leiden. Om gezondheids- of billijkheidsredenen kan van deze verplichting worden afgeweken.